Zotte Rik

Zotte Rik woonde in het Sint-Andrieskwartier. Wanneer hij buiten kwam, had hij altijd een fluitje bij. Als hij daarop floot, dan kwamen alle kinderen uit de buurt aangelopen en liepen met hem mee. De kinderen werden als het ware door toverkracht gedwongen om met Zotte Rik mee te lopen en hun boze moeders slaagden er niet in hen daar weg te halen. Soms zongen de kinderen volgend liedje: “En een duit, en een duit voor kermis. En een duit en een duit voor Riksken zijne snuit”. De tocht eindigde gewoonlijk op de Vismarkt.