
De kwakzalfster van Hoogboom

In het gehucht van Hoogboom, dat vijf – à zeshonderd zielen telde, woonde vroeger tussen het schooltje, de platanen en de Kazerneweg, een oud vrouwtje. Zij was zo goed van harte, dat ze iedereen die gekwetst was hielp voor een appel en een ei.
Zij had namelijk een speciaal recept voor een zalfje geërfd van haar familie, welke niemand kende en kon nabootsen.
Mensen die snijwonden hadden kwamen steeds bij haar terecht. Zij genazen veel sneller dan dat ze naar een dokter gingen.
Ze had wel een belofte gedaan aan haar familie dat ze het recept nooit zou verklappen, enkel en alleen aan haar eigen kinderen. Zij was immers niet de eigenares van het recept, doch slechts de bewaarster.
Er was zelfs een dokter in de buurt die het recept wilde overkopen voor een zeer hoge prijs. God vervloekte haar, als zij ermee ingestemd had.
Haar zaakje draaide zeer goed, Mensen kwamen van wijd en zijd toegelopen om zich te laten behandelen.
De naburige dokters waren er jaloers op. Zij waren er zo jaloers op dat ze het leven van haar zeer moeilijk maakten. Ze deed dit natuurlijk onwettelijk.
Hierdoor moest ze haar cliënteel beperken tot haar kennissenkring.
Later beoefende ze haar liefdadigheid niet meer uit.
Ondanks ze twee dochters had, weet men van dit wonderbaarlijk recept nog steeds niet het geheim. Nergens wordt het zalfje nog gebruikt.
Het enige wat nog rest is een gebroken potje waar vroeger het zalfje ingezeten heeft, welke te bezichtigen is in het Folkloremuseum te Antwerpen.
Het geheim bestond uit een brouwsel van een poedertje dat men liet smelten in het vocht van een pint.
Aangezien ze twee dochters had bestaat er nog steeds een kans dat het recept terug boven water komt. Doch de dochters zijn verhuisd naar Antwerpen en er is weinig hoop.
Waarschijnlijk heeft het oude vrouwtje haar kennis meegenomen in haar graf. Het heeft zijn nut gehad in de tijd dat het nodig was.
