
De heks van Stabroek

Een grote veekweker uit Stabroek in de polder had ongeluk met zijn koeien.
De veearts erbij halen was te duur. Die kon trouwens toch niks beginnen tegen hekserij, want het was hekserij.
Hij had nog nooit ‘de ziekte’ in zijn stallen gehad.
Het was allemaal begonnen, toen Trezeke bij hem melk kwam halen. Trezeke was een oud, krom vrouwtje, die aan de rand van het dorp woonde.
Ze was weduwe, arm, las veel en hielp buren met haar goede raad geput uit veel levenservaring. Ze had, volgens de kweker, ook ervaring met geesten, spoken en… de duivel.
De veekweker zijn vrouw was op kostschool bij de Zusters van ‘s-Gravenwezel geweest en wist hoe ze met duivels moest omgaan. Je moest eerst de duivel, de heks of de tovenaar naar binnen lokken, dan een agnus-dei onder de drempel van de kamer begraven en wachten tot de boze bekende wie hij of zij was. Dan was de betovering gebroken , want een agnus-dei was een krachtig anti -duivelsmiddel.
Het bestond uit een plakje kaarsvet, met een stempeltje van het Lam Gods erin en … het werd door de paus zelf gewijd. En die had meer kracht om te wijden dan een gewone priester.
Zo gezegd, zo gedaan. Trezeke werd naar binnen gelokt, kreeg een kop koffie en een speculaasje. De kweker begroef de agnus-dei-medaille en… er gebeurde niets.
Trezeke dronk haar koffie, kreeg haar dagelijkse halve liter melk en ging naar huis.
De kweker lachte zijn vrouw en haar anti-tovermiddel uit, natuurlijk, maar… zijn koeien werden gezonder, gaven meer melk en ‘de ziekte’ verdween uit zijn stallen. Voor ongeveer een jaar.
Toen begon de miserie weer: de beesten aten niet, vermagerden, gaven minder of geen melk meer, hoestten, draaiden met hun ogen, allemaal simptomen van ‘de ziekte’.
De kweker werd er radeloos van. En toen hij op zekere dag over zijn erf liep, zag hij een zwarte kat in de stal glippen. Hij greep een riek en ging er achteraan.
De kat rende weer naar buiten. De kweker wierp met de riek en raakte het dier aan de achterpoten. Het sleepte zich jankend weg onder een stapel planken en zakken.
Terwijl hij de kat probeerde te vinden, hoorde hij in de verte de sirene van de hulpdienst, de GGD, loeien.
Zijn vrouw ging op straat staan kijken, kwam even later naar hem toe: “Wil je es wat weten? Trezeke is juist van de keldertrap gevallen en heeft haar twee benen gebroken. Ze hebben nogal werk gehad om haar van onder de rommel uit de kelder te halen.”
